Passend onderwijs voor cognitief talent
Vaak zijn meerdere onderwijsaanpassingen nodig om tegemoet te komen aan alle
behoeften van een (hoog)begaafde leerling op cognitief, sociaal én
emotioneel gebied. Hoe hieraan tegemoet gekomen kan worden, verschilt per individuele leerling (Hoogeveen, et al. 2004). Dit geldt ook voor de wijze waarop invulling wordt gegeven aan verrijking.
Zinvol verrijken
Het percentage leerlingen dat in aanmerking komt voor compacten en verrijken, binnen een bepaald vakgebied, betreft circa 20-30%. De samenstelling van deze groep is divers: de bovengemiddelde / goede leerlingen, de intelligente leerlingen en de zeer intelligente / (hoog)begaafde leerlingen. De verschillen binnen deze groep zijn vanzelfsprekend dusdanig groot dat het niet mogelijk is om één verrijkend aanbod samen te stellen dat voor alle leerlingen passend is.
Individueel maatwerk
Voor de ene leerling is verrijking van de reguliere lesstof binnen één
vakgebied voldoende. Een andere leerling heeft dit bij álle vakgebieden nodig, naast verbreding door deelname aan een
(binnen- of buitenschoolse) verrijkingsgroep of binnen een
individuele leerlijn, waarbij veel ruimte is voor projectmatig werk en eigen
inbreng. Er zijn ook leerlingen die pas het beste tot hun recht komen
in een speciale klas voor (hoog)begaafden.
Vaardigheden ontwikkelen
Voor het samenstellen van een verrijkend aanbod kunnen individuele doelen en
(denk)vaardigheden als uitgangspunt dienen, waaraan - in overleg met de betreffende leerling -
gewerkt wordt. Hierbij is het goed om zowel aandacht te besteden aan het stimuleren en benutten van de sterke kanten van een leerling als aan de ontwikkeling van de minder sterke kanten.
|