Passend onderwijs

Om tegemoet te kunnen komen aan onderwijsbehoeften van (hoog)begaafde leerlingen (op cognitief, sociaal én emotioneel gebied) zijn vaak meerdere onderwijsaanpassingen nodig. Het verschilt per individuele leerling hoe het sterke ontwikelingspotentieel van deze leerlingen tot recht kan komen. Dit geldt ook voor de manier waarop verrijkingsonderwijs vormgegeven dient te worden.

 

Zinvol verrijken

Het percentage leerlingen dat in aanmerking komt voor compacten en verrijken binnen een bepaald vakgebied, is gemiddeld ongeveer 20-30% van alle leerlingen. Sommige leerlingen blinken uit op één gebied, andere leerlingen op meerdere gebieden. Uitgaand van het reguliere aanbod geldt dat de totale groep leerlingen, waarvoor structureel verrijking nodig is op één of meerdere vakgebieden, gemiddeld ongeveer 30-40% van alle leerlingen betreft. Afhankelijk van de schoolpopulatie of groepssamenstelling kan dit variëren van 10% tot 100% van de leerlingen binnen een school / groep.

De samenstelling van deze groep, die structureel verrijkingsonderwijs nodig heeft, is divers. Dit variëert van de goed presterende (bovengemiddelde) leerlingen, de slimme (intelligente) leerlingen, zeer intelligente leerlingen tot en met de (hoog)begaafde leerlingen. Omdat de diversiteit binnen deze groep zeer groot is, is het niet mogelijk is om één vooraf bepaald aanbod ter "verrijking" te bieden dat voor alle leerlingen binnen deze groep uitdagend en betekenisvol is.

Ook binnen de kleinere groep van (hoog)begaafde leerlingen zijn de onderlinge verschillen groot! Er kan dan ook pas daadwerkelijk sprake van een doorgaande leerlijn, wanneer bij het vormgeven van verrrijkingsonderwijs wordt uitgegaan van onderwijsbehoeften van leerlingen. Om te kunnen spreken van een leerlijn dient er sprake te zijn van een beredeneerde opbouw in inhoud, doelen en leeractiviteiten, die recht doet aan individuele verschillen. Dit betekent dus dat het niet mogelijk is om vooraf gestructureerde doorgaande leerlijnen voor dé (hoog)begaafde leerlingen samen te stellen. Wél is het mogelijk om in gesprek met de leerling en door het opdoen van ervaring met een rijk, gevarieerd en uitdagend aanbod steeds beter zicht te krijgen op wat leerlingen nodig hebben, waardoor hier steeds bewuster en doelgerichter invulling aan gegeven kan worden. Het gaat dus om het loslaten van een voorgestructureerd aanbod en in interactie met de leerling op zoek blijven naar een écht passend aanbod.

Individueel maatwerk en talentontwikkeling

Uitgaan van verschillen is belangrijk om recht te kunnen doen aan alle talenten van kinderen. Dit heeft consequenties voor zowel de organisatie als de inhoud van verrijkingsonderwijs. Voor sommige leerlingen is een basisaanbod aan verrijking naast gecompacte, reguliere lesstof op één vakgebied voldoende. Andere leerlingen hebben dit bij alle vakgebieden en vakoverstijgend nodig. Zij hebben behoefte aan veel verbreding en/of verdieping, waarvoor het nodig is om aan te sluiten bij hun brede en/of specifieke, diepgaande interesses. Daarnaast is het voor (hoog)begaafde leerlingen ook belangrijk dat er voldoende ruimte is voor projectmatig werk en veel eigen inbreng. Bij het vormgeven van (ver)rijk(t) onderwijs is het in alle gevallen belangrijk om zoveel mogelijk uit te gaan van onderwijsbehoeften van leerlingen. Op basis van gedeelde onderwijsbehoeften kunnen leerlingen ook geclusterd worden (eventueel groepsdoorbrekend of schooloverstijgend).

Vaardigheden ontwikkelen

Voor het samenstellen van een verrijkend aanbod kunnen individuele doelen en (denk)vaardigheden als uitgangspunt dienen, waaraan - in overleg met de betreffende leerling - gewerkt wordt. Hierbij is het goed om zowel aandacht te besteden aan het stimuleren en benutten van de sterke kanten van een leerling als aan de ontwikkeling van de minder sterke kanten. Wij verwijzen ook naar het onderzoek van Joyce Gubbels.